Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 4. TDM
4.1. Inleiding
Bepaling [geneesmiddelen] in serum of plasma
Doel:
o Therapie optimaliseren
o Dosering aanpassen
Toepassing:
o Voor GM met nauw therapeutisch venster
o Om andere redenen
4.2. Relatie dosis-effect GM
3 fasen in de toediening:
o Farmaceutische
o Farmacokinetische
o Farmacodynamische fase -> effect
4.2.1. Farmaceutische fase
Absorptie: Opnemen van het GM in het lichaam via:
o PO: peroraal
In het maag-darm stelsel
o IM: intra-musculair
Opgelost in plaatselijk interstitiel vocht
o Transdermaal: doorheen de huid
o Sub cutaan: onder de huid
Farmaceutische beschikbaarheid = GM in opgeloste vorm tbs om geabsorbeerd te worden
o IV is geen absorptie
Geen farmaceutische fase
4.2.2. Farmacokinetische fase
1) Absorptie = Resorptie
o Maag vena porta lever metabolieten vormen GM + metaboliet in de bloedbaan
Biologische beschikbaarheid
o Fractie van de GM dat in de bloedbaan terecht komt
2) Distributie:
o Alleen de vrije GM
o Binding op plasma eiwitten
Sterkte van de binding afhankelijk van het GM
Zorgt voor de T
o Vrij GM + P Gebonden GM
Vrije GM zijn actief
Kunnen in de weefsels terecht komen
Gebonden: vast in het bloed
Evenwicht naar links geleidelijk aan meer GM vrij in het bloed
Distributie van vrij GM naar weefsels (interstitieel vocht en cellen):
o Binding van GM op specifieke receptoren R
o Permeabiliteit door membraan
o Vetoplosbaar GM: gaat makkelijker door celmembraan
X = GM Y=metaboliet
3) Metabolisatie of biotransformatie
Doel: GM oplosbaar maken
o Makkelijkere excretie
Einddoel:
o Detoxiceren maar soms tijdelijk meer toxisch product
Zie figuur hierboven
Metabolisatie kennen is belangrijk voor de [ ] bepaling
o Soms metabolieten ook nog farmacologisch actief
Analoge werking aan GM
Bepalen van X+Y
o Metabolieten niet meer actief, of andere werking
Bepalen van X, zonder Y
4) Excretie
Verlaten van het lichaam indien wateroplosbaar
o Van nature oplosbaar
o Oplosbaar gemaakt na biotransformtie
Excretie + biotransformatie = eliminatie
Besluit: farmacokinetische parameters
o [GM]bepaling ifv tijd
o MEC: minimale effectieve concentratie
o MTC: minimale toxische dosis
o TI = MTC/MEC
4.2.3. Farmacodynamische fase
Doelorgaan: waar GM farmacologisch effect heeft
Effect GM
o Hoeveelheid GM dat daar ter beschikking is
o Gevoeligheid receptor R thv doelorgaan voor GM
TDM alleen zinvol als:
o Nauw verband tussen [GM] in plasma en [GM] in doelorgaan
4.3. Criteria voor TDM
Zinloos indien:
o Geen duidelijk verband tussen [GM] en het effect
o Farmacologisch effect makkelijk te meten is:
Glycemie
Zinvol indien:
o TI klein is
o Absorptieproblemen
o Vermoeden van slechte therapietrouw
o Tolerantie voor GM (bv door inductie van leverenzymen)
o Competitie van GM om de eiwitbinding
o Effectieve dosis afhankelijk van de patint
o Nierfunctie
4.4. Staalname
Serum of EDTA zonder gel
o Uitzonderlijk urine
o Gm absorberen aan de gel
Wanneer?
o Net voor toediening
o Bepaalde tijd na toedienen: piek
Afhankelijk van toedieningswijze en soort GM
Uur van prikken noteren
Meestal snel uitgevoerd
o Belang van de patint
Screening op het gebruik van GM of drugs altijd op urine
4.5. Bepalingsmethoden voor TDM
Dagelijkse analysen:
o Immunologische methoden
o Specifiek enkel X bepalen
Soms Y mee bepalen
Referentielabos
o HPLC of GC gekoppeld aan detectiesysteem
X scheiden van Y en dan apart meten
Meestal:
o [totaal GM] bepaald = [GM gebonden + GM vrij]
o Reden:
[totaal GM] is technisch eenvoudiger dan [GM vrij] meten
Echter minder relevant
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question